Indirecte lozingen
Indirecte lozingen vinden plaats wanneer bedrijven afvalwater lozen via het riool. Dit water komt niet direct in het oppervlaktewater terecht, maar wordt eerst ingezameld en gezuiverd voordat het uiteindelijk in sloten, rivieren of andere wateren belandt.
Veel bedrijven hebben hiermee te maken. Afvalwater ontstaat bijvoorbeeld bij productieprocessen, schoonmaak of onderhoudswerkzaamheden. Hoewel het water wordt gezuiverd bij een rioolwaterzuivering, blijven sommige stoffen aanwezig. Daardoor kunnen indirecte lozingen invloed hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Waarom is dit belangrijk?
In Nederland staat de waterkwaliteit onder druk. Binnen de kaders van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn doelen gesteld om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren en verdere achteruitgang te voorkomen. Deze doelen zijn nog niet overal gehaald. Dat betekent dat alle bronnen van verontreiniging, inclusief indirecte lozingen via het riool, kritisch worden beoordeeld.
De regels zijn bedoeld om de kwaliteit van het water te verbeteren en verdere achteruitgang te voorkomen. Ook bedrijven die op het riool lozen spelen hierin een belangrijke rol. Wat zij lozen, kan via de waterketen uiteindelijk invloed hebben op het milieu en op het behalen van de waterkwaliteitsdoelen.
Rol van ODH en samenwerking met andere overheden
Bij indirecte lozingen zijn meerdere overheden betrokken. Gemeenten en provincies zijn het bevoegd gezag. Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) voert deze taken namens hen uit binnen de kaders van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). ODH beoordeelt of bedrijven voldoen aan de geldende regels en of de lozingen passen binnen de wettelijke kaders. Ook wordt gekeken naar de effecten van afvalwater op het milieu en de bijdrage aan de waterkwaliteitsdoelen. Daarbij is er aandacht voor de stoffen die in het water voorkomen en de mogelijke impact op de waterkwaliteit in relatie tot de KRW-opgave.
Omdat indirecte lozingen invloed hebben op de hele waterketen, werken verschillende partijen samen. Zo leveren waterschappen en Rijkswaterstaat advies over de werking van zuiveringsinstallaties en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Door deze samenwerking ontstaat een beter beeld van de effecten van lozingen in de gehele waterketen, zodat toezicht, beoordeling en maatregelen gerichter kunnen worden ingezet.
Wat betekent dit voor uw bedrijf?
Voor bedrijven die afvalwater lozen op het riool is het belangrijk om te weten wat er in dat water zit en welke eisen daarvoor gelden.
In de praktijk betekent dit dat u:
- Inzicht heeft in uw afvalwater en de stoffen die daarin voorkomen;
- Uw vergunning of melding regelmatig controleert;
- Alert bent op veranderingen in uw bedrijfsprocessen;
- Maatregelen neemt als lozingen risico’s opleveren.
Door hier actief aandacht aan te besteden, voorkomt u overtredingen, draagt u bij aan het beperken van milieubelasting en ondersteunt u het behalen van de KRW-doelen voor schoner water.
Wilt u meer informatie?
Heeft u vragen over indirecte lozingen of wilt u weten wat dit betekent voor uw situatie? Bekijk dan Veelgestelde vragen. Staat uw antwoord er niet tussen? Neem dan contact op via anita.lelieveld@odh.nl.
Veelgestelde vragen
-
Wat is de rol van omgevingsdiensten bij bedrijven die indirect lozen onder de KRW?
Omgevingsdiensten voeren vergunningverlening, toezicht en handhaving uit namens gemeenten en provincies. Daarbij beoordelen zij of het lozen van bedrijfsafvalwater voldoet aan wet- en regelgeving. Hierbij kijken omgevingsdiensten ook naar (chemische) stoffen in afvalwater. Hieronder vallen stoffen die in de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn genoemd. Van 42 chemische stoffen is bekend dat deze landelijk of regionaal nog een probleem vormen voor de waterkwaliteit. Deze stoffen krijgen daarom aandacht bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Taken omgevingsdiensten voor indirecte lozingen:
- Beoordelen van vergunningaanvragen en meldingen, inclusief indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater via het riool.
- Actualiseren van bestaande vergunningen.
- Toezicht en handhaving op naleving van wet- en regelgeving.
- Toelichten van wettelijke verplichtingen.
-
Wat doen omgevingsdiensten níet?
Dit is belangrijk om misverstanden te voorkomen:
- Omgevingsdiensten zijn geen commerciële adviesbureaus en geven geen maatwerkprocesadvies.
- Omgevingsdiensten ontwerpen of optimaliseren geen installaties voor bedrijven.
- Omgevingsdiensten voeren de Algemene beoordelingsmethodiek (ABM) en de immissietoets niet uit; dit is de verantwoordelijkheid van het bedrijf.
- De verantwoordelijkheid voor naleving van wetgeving ligt altijd bij het bedrijf zelf.
-
Wanneer en hoe moet een bedrijf in actie komen voor de KRW?
Bedrijven kunnen nagaan of hun bedrijf mogelijke KRW-stoffen gebruikt of loost. Dit kan door te kijken naar de stoffen die in processen of producten worden gebruikt. In veiligheidsinformatiebladen (SDS) staat informatie over de samenstelling en mogelijke risico’s van stoffen. Ook kan de KRW Self Assessment Tool van VNO-NCW en MKB-Nederland helpen om inzicht te krijgen. Actie is nodig bij:
- Nieuwe lozingsactiviteiten of proceswijzigingen.
- Uitbreiding of verandering van productie.
- Twijfel over vergunning- of meldingsplicht.
- Signalen dat stoffen mogelijk KRW-relevant zijn.
- Wanneer onduidelijk is welke stoffen in het afvalwater aanwezig zijn.
-
Waarom wordt de KRW Self Assessment Tool aangeraden?
De KRW Self Assessment Tool van VNO-NCW en MKB-Nederland is een hulpmiddel voor inzicht en voorbereiding. De tool helpt om:
- Inzicht te krijgen in het gebruik van KRW-relevante stoffen binnen het bedrijf.
- Te bepalen of een indirecte lozing een aandachtspunt is.
- Risico’s te herkennen en maatregelen te nemen.
- Vervangt géén vergunningbeoordeling.
- Vervangt géén Algemene Beoordelingsmethodiek (ABM) of immissietoets.
- Geeft géén formele toestemming.
-
Hoe kun je een vergunning aanvragen, een melding doen of een wijziging doorgeven?
Aanvragen, meldingen en wijzigingen gaan via het Omgevingsloket. Het advies is om eerst de Vergunningcheck te doorlopen. Daarmee controleer je snel of een vergunning of melding nodig is. Na afronding kun je direct de aanvraag starten. De locatie en activiteiten worden automatisch opgeslagen. Een aanvraag of melding moet vóór de activiteit worden ingediend. Voor de meeste meldingsplichtige activiteiten geldt een termijn van minimaal vier weken vóór de start of wijziging. Als een andere termijn geldt, staat dit vermeld in het Omgevingsloket. De omgevingsdienst neemt de aanvraag, melding of wijziging in behandeling. De omgevingsdienst neemt contact op als er vragen zijn en informeert over de afhandeling. Contact over vergunningen verloopt via de behandelend vergunningverlener. Op de website van de omgevingsdienst staan de contactgegevens. Complexiteit vergunningprocedure Het aanvragen en beoordelen van vergunningen is specialistisch werk en wordt daarom niet volledig in dit document uitgelegd. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de technische beoordeling met de Algemene beoordelingsmethodiek (ABM) en de immissietoets. Bedrijven moeten aantonen dat lozingen voldoen aan de eisen uit wet- en regelgeving, waaronder toepassing van de Beste Beschikbare Technieken (BBT). (Zie de website van Informatiepunt Leefomgeving voor meer uitleg hierover).
-
Welke informatie moet een bedrijf aanleveren bij een vergunningaanvraag?
Vanuit de wetgeving moet bepaalde informatie worden aangeleverd. Dit wordt duidelijk bij het aanvragen via het Omgevingsloket. De omgevingsdienst kan bij het toetsen van de aanvraag onder andere vragen om:
- Een broninventarisatie.
- De Algemene beoordelingsmethodiek (ABM) en een immissietoets. (Zie de website van Informatiepunt Leefomgeving voor uitleg hierover).
- Een alternatievenanalyse.
- Een beschrijving van procesaanpassingen.
- Een monitoringplan.
- Onderbouwing van minimalisatie bij Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS).
-
Wanneer moet een bedrijf een vergunning aanvragen en wanneer is een melding voldoende? En wat is het verschil?
Of een bedrijf een vergunning moet aanvragen of een melding moet doen, hangt af van het type activiteit en de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of het omgevingsplan. Sommige activiteiten waaronder indirecte lozingen die vrijkomen bij bedrijfsprocessen, zijn vergunningplichtig. Voor andere activiteiten moet een bedrijf alleen een melding doen. Dit is na te gaan via de vergunningcheck in het Omgevingsloket. Inhoudelijk is het doel hetzelfde: het beheersen van risico’s van lozingen van bedrijfsafvalwater via het riool. Juridische route:
- Vergunningplicht: de lozing wordt vooraf beoordeeld via de van toepassing zijnde vergunningprocedure en het hierbij van toepassing zijnde beoordelingskader.
- Meldingsplicht/algemene regels: het bedrijf moet voldoen aan regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en/of het omgevingsplan.
- Bij een vergunning gelden de voorschriften uit de vergunning en/of uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of, voor bedrijven die niet in het Bal zijn gereguleerd, het omgevingsplan.
- Bij een melding gelden de voorschriften uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of (voor bedrijven die niet in het Bal zijn gereguleerd) het omgevingsplan.
- In beide gevallen geldt de specifieke zorgplicht. Deze doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijf. Bedrijven moeten weten welke stoffen zij gebruiken en lozen en moeten maatregelen nemen als dat nodig is om risico’s voor het milieu te voorkomen.
-
Hoe ondersteunt een omgevingsdienst bedrijven waarvan de vergunning niet ‘KRW-proof’ is?
Vergunningplicht Het kan voorkomen dat een vergunning niet (meer) volledig aansluit bij de huidige eisen rondom waterkwaliteit. Wat er dan moet gebeuren en hoe dit proces loopt hangt af van de specifieke situatie. De omgevingsdienst kan zelf besluiten om een vergunning te controleren om te zien of actualisatie van de vergunning nodig is. Maar het kan ook zijn dat een bedrijf zelf constateert dat de vergunning niet meer voldoet. Als door een bedrijf zelf wordt vastgesteld dat een vergunning niet (meer) voldoet voor de lozing van bedrijfsafvalwater via het riool, dan moet het bedrijf actie ondernemen en de wijziging doorgeven. Het kan zijn dat de vergunning moet worden aangepast. En het kan ook zijn dat er maatregelen moeten worden genomen voor de lozing. De omgevingsdienst toetst en bespreekt de mogelijke maatregelen met het bedrijf. Het bedrijf stelt zelf een plan op en voert dit uit. Meldingsplicht/algemene regels Ook bij lozingen van bedrijfsafvalwater die vallen onder de meldplicht moet een bedrijf ervoor zorgen dat de risico’s bekend zijn en dat de maatregelen passend zijn bij de actuele en specifieke situatie. De omgevingsdienst toetst en bespreekt de mogelijke maatregelen met het bedrijf. Er staan momenteel slechts zeer beperkt normeringen in de algemene regels. Daarom is dit maatwerk. Het bedrijf stelt zelf een plan op en voert dit uit.
-
Hoe en wanneer controleert de omgevingsdienst?
Omgevingsdiensten schatten de risico’s van activiteiten van bedrijven in en bepalen op basis daarvan hoe vaak een controle plaatsvindt. Omgevingsdiensten voeren controles uit bij bedrijven met een vergunning en ook bij bedrijven die vallen onder de algemene regels waarvoor een meldingsplicht geldt. Controle vindt plaats:
- Via periodieke controles (risicogericht).
- Naar aanleiding van signalen of klachten.
- Binnen (regionale) projecten.
- Bij een controle kunnen omgevingsdiensten en/of waterbeheerders:
- Bedrijfsprocessen en lozingspunten controleren.
- Administratieve gegevens beoordelen.
- In sommige gevallen monsters nemen.
- Maatregelen bespreken en vastleggen.
- Bronaanpak – kan de stof worden vermeden of vervangen?
- Waterbezwaarlijkheid (ABM) – hoe schadelijk is de stof?
- Beheersmaatregelen – procesaanpassing, zuivering, monitoring.
-
Kan een bedrijf een boete krijgen bij overschrijding van KRW relevante stoffen?
Als een bedrijf voorschriften en regels voor lozingen van bedrijfsafvalwater opzettelijk niet naleeft, kan bestuursrecht en/of strafrecht worden ingezet. Als een bedrijf te goeder trouw handelt, zijn ook andere interventies mogelijk. Omgevingsdiensten werken volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Deze strategie zorgt ervoor dat handhavende instanties zo uniform mogelijk optreden. De LHSO zet in op een passende interventie bij iedere overtreding. Dit kan een waarschuwing zijn, maar ook een boete of inzet van het strafrecht. De gekozen maatregel hangt onder andere af van de ernst van de overtreding.
-
Is er financiële steun beschikbaar voor analyses of maatregelen?
Subsidie via de omgevingsdienst zelf is er niet. Soms zijn er regionale projecten (via provincie, waterschap of gemeente) waarbij ondersteuning of cofinanciering mogelijk is.
-
Wat is het grootste misverstand over de rol van omgevingsdiensten?
Een misverstand is dat omgevingsdiensten verantwoordelijk zouden zijn voor de lozing. De verantwoordelijkheid ligt altijd bij het bedrijf. De omgevingsdienst toetst, houdt toezicht en handhaaft namens gemeenten en provincies.
-
Waar kan een bedrijf meer informatie vinden?
- Voor actuele uitleg over wet- en regelgeving verwijzen wij naar het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO).
- VNO-NCW en MKB-Nederland hebben een website over de KRW voor ondernemers. Hier is ook deze tool te vinden: KRW Self Assessment Tool van VNO-NCW en MKB-Nederland. Op de website Ondernemen.nl staat meer informatie en een uitleg over deze tool.
- Omgevingsdienst NL en STOWA hebben een factsheet laten opstellen: Indirecte lozingen in de Omgevingswet: taken, bevoegd gezag en advies.