Beoordeling (massa)winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis

Omgevingsdienst Haaglanden ontvangt met enige regelmaat ontheffingsaanvragen in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) met betrekking tot de functie (massa)winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Door verduurzaming van (ook nieuwere) bebouwing komen deze essentiële verblijfplaatsen steeds meer onder druk te staan. En daarmee ook de staat van instandhouding van de soort.

ODH komt vaak aanvragen tegen waarin de aanwezigheid van (massa)winterverblijfplaatsen tijdens de ecologische quickscan al worden uitgesloten zonder gedegen ecologische of bouwkundige onderbouwing. Hierdoor wordt er vervolgens geen gericht onderzoek uitgevoerd naar (massa)winterverblijfplaatsen conform het Vleermuisprotocol 2021 (Netwerk Groene Bureaus). Hoe kunnen alle partijen hier mee omgaan?

Het belang van (massa)winterverblijfplaatsen

Een (massa)winterverblijfplaats heeft een zeer belangrijke functie binnen het netwerk van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. De gebouwen waar (massa)winterverblijfplaatsen aanwezig zijn, zijn van regionaal belang.  Een groot aantal dieren uit verschillende kraamgroepen komen hier namelijk samen om te overwinteren. Het aantal dieren dat afhankelijk is van een (massa)winterverblijfplaats loopt uiteen van een tiental exemplaren tot enkele honderden of duizenden dieren. Het overwinteren in grote tot zeer grote groepen maakt de gewone dwergvleermuis bijzonder kwetsbaar voor verduurzamings- en sloopwerkzaamheden. De locaties van deze (massa)winterverblijfplaatsen zijn in Nederland nog grotendeels onbekend en worden pas opgemerkt na soortgericht onderzoek.

Waar kunnen (massa)winterverblijfplaatsen verwacht worden?

Gebouwen die door de gewone dwergvleermuis gebruikt worden voor de functie (massa)winterverblijfplaats zijn zeer divers en variëren van klein tot zeer groot. Zowel historische als moderne gebouwen worden gebruikt als (massa)winterverblijfplaats. Ook kunnen deze verblijfplaatsen voorkomen in ziekenhuizen, scholen (m.u.v. noodlokalen), gymzalen, opslagloodsen met (bak)stenen muren, kantoorgebouwen en appartementencomplexen, kunstwerken (bruggen & viaducten) als ook enkele grotere herdenkingsmonumenten. Bij sommige gebouwen kan ook in het binnen gedeelte overwinterd worden terwijl hier tevens sprake is van menselijk gebruik. (Massa)winterverblijfplaatsen liggen zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied.

Kenmerken van een (massa)winterverblijfplaats

De overwinteringsplek van de gewone dwergvleermuis is gedeeltelijk vorstvrij en wordt niet te warm (<10 graden °C). Het optreden van lage temperaturen (vorst) is enigszins gebufferd. Het gedeeltelijk vorstvrij zijn, is het gevolg van de aanwezigheid van zeer dikke muren, een warme luchtstroom uit de kelder of kelderspouw, een lekstroom van warmte uit aangrenzende ruimten (zoals bij trappenhuizen), doorlopende betonvloeren of consoles, of het vorstvrij zijn/houden van aangrenzende (machine)ruimten.

Hoe kan de aanwezigheid van een (massa)winterverblijfplaats worden uitgesloten?

De aanwezigheid van een (massa)winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis uitsluiten kan alleen als:

  • wegkruipplekken geheel afwezig zijn (het niet hebben van een spouw, te smalle ruimten tussen balken en balkon, te smalle ruimte tussen consoles en panelen of afsluitende daktrim);
  • wegkruipplekken aanwezig zijn, maar in de winter ongeschikt zijn (omdat deze of al in één vorstnacht te koud worden, of een te lange periode te warm blijven). Wegkruipplekken die zich op de overgang tussen buiten en binnen bevinden zijn daarentegen juist wel geschikt;
  • het alleen interne ruimten betreffen en alle interne ruimte tot voor kort (minder dan drie jaar geleden) een intensief menselijk gebruik had;
  • er in de juiste onderzoeksperiode (conform het Vleermuisprotocol) géén zwermgedrag is waargenomen met aantoonbaar de juiste hoeveelheid van veldwerkers en hulpmiddelen. NB: het aantal waargenomen dieren is hierbij niet van belang omdat een schatting van zwermende dieren op een bepaald moment niets zegt over het aantal dat gebruik maakt van de (massa)winterverblijfplaats.

Conclusie

De staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis komt door ruimtelijke ontwikkelingen steeds meer onder druk te staan. Het beschermen van (massa)winterverblijfplaatsen is hierdoor van groot belang. Omdat de geschiktheid van gebouwen regelmatig ten onrechte wordt uitgesloten, heeft ODH besloten hier nauwkeuriger op te toetsen. Wij adviseren de ecologische adviesbureaus dan ook hier meer rekening mee te houden tijdens het uitvoeren van de ecologische quickscans en het uitvoeren van het soortgericht onderzoek. Indien de aanwezigheid van (massa)winterverblijfplaatsen toch wordt uitgesloten, dient dit gedegen te worden onderbouwd in een aanvraag.

Voor het compenseren van (massa)winterverblijfplaatsen zijn er geen tijdelijke voorzieningen bekend. Ook zijn er nog geen bewezen effectieve permanente voorzieningen bekend, waardoor dit altijd maatwerk betreft. Hierdoor ligt de nadruk op het behoud van de (massa)winterverblijfplaats en gefaseerd werken