Bodemsanering

Het proces om een stuk grond vrij van bodemverontreiniging te maken, noemen we bodemsanering. Ook het voorkomen van risico’s door bodemverontreiniging wordt gezien als bodemsanering, ook al wordt de verontreiniging niet verwijderd. Voor iedere verontreinigingsstof geldt een grenswaarde die is vastgelegd in de gemeentelijke omgevingsplannen. Voor het saneren bestaan verschillende methoden en technieken. De keuze en uitvoering hangen af van de plaats, de aard en de mate van de verontreiniging en van de functie van de bodem (zoals wonen, industrie en agrarisch). De milieubelastende activiteit (MBA) saneren van de bodem is in paragraaf 3.2.23 van het Bal aangewezen.   

Uitgangspunten

De doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen:

  • Het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik;
  • Het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging;
  • Het wegnemen van actuele risico’s.

Het omgevingsplan van de gemeente kan een sanering voorschrijven, bijvoorbeeld bij de realisatie van een gebouw op een bodemgevoelige locatie of bij het realiseren van een kinderspeelplaats. 

Het saneren van de bodem kan ook vrijwillig. Bijvoorbeeld bij de aankoop of verkoop van een terrein of op een willekeurig ander moment. 

 

Dit valt niet onder de MBA saneren bodem

De regels uit paragraaf 3.2.23 van het Bal gelden niet voor: 

  • Een grondwatersanering. Dat is het beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater. De provincie, gemeente en het waterschap kunnen regels stellen voor een grondwatersanering en het lozen van het afvalwater. De provincie heeft deze regels vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Een grondwatersanering kan wel gecombineerd plaatsvinden met de activiteit saneren van de bodem. 
  • Locaties waarvoor op grond van de Aanvullingswet bodem overgangsrecht geldt. Voor die locaties blijft de Wet bodembescherming van toepassing. 
  • Nieuwe verontreinigingen (ontstaan na 1 januari 1987, of -voor asbest- na 1 juli 1993, en voor inwerkingtreding Omgevingswet). Hiervoor geldt net zoals onder de Wet bodembescherming de zorgplicht. 
  • Het saneren van de waterbodem. 

Overgangsrecht Wet bodembescherming

Het uitvoeren van bodemsaneringen op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) kan nog bezig zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Om te zorgen dat deze situaties kunnen worden afgerond onder het oude recht, is voor een aantal situaties in eerbiedigend overgangsrecht voorzien. Hiervoor geldt nog de Wet bodembescherming en alle daarvoor van toepassing zijnde regels en procedures. Zie voor meer informatie de site van het IPLO. 

Bodemonderzoeksrapport aanleveren

Wanneer u een bodemonderzoeksrapport aanlevert bij de Omgevingsdienst Haaglanden, dan vragen we van de onderzoeksgegevens ook een zogenaamd xml-bestand. Dit in verband met de verplichtingen vanuit de Basisregistratie Ondergrond. Wij vragen u van alle ingediende bodemonderzoeken (met uitzondering van vooronderzoek NEN5725) een xml-bestand aan te leveren dat voldoet aan een recente versie van protocol SIKB0101. Het bestand bevat minstens de onderzoekscontour, boorpunten (inclusief x-/y-coördinaten), boorstaten, veldmonsters, analysemonsters en analyses. Deze gegevens worden uiteindelijk opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond, zodat deze door iedereen geraadpleegd kunnen worden.