Flora- en fauna-activiteiten (inclusief jacht, beheer, schade en overlast)

In Nederland zijn veel planten- en diersoorten beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming). In Zuid-Holland komen veel van deze soorten voor. Gaat u een ruimtelijke ingreep uitvoeren die negatieve gevolgen heeft voor beschermde soorten? Dan heeft u een omgevingsvergunning nodig voor een flora- en fauna-activiteit.

Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van activiteiten die mogelijk vergunningplichtig zijn:

  • Aanpassingen aan een gebouw, zoals isoleren, het dak veranderen of een uitbouw maken.
  • Aanpassingen aan de tuin of buitenruimte, zoals het bouwen of plaatsen van een bouwwerk, graven in de (water)bodem of het verwijderen van struiken of bomen.

Hoe weet u of u een vergunning nodig heeft?

U kunt zelf nagaan of uw activiteit invloed heeft op beschermde soorten. Volg daarvoor een aantal stappen om zeker te weten of er beschermde ecologische functies aanwezig zijn in uw omgeving.

Let op! Er kunnen nog andere bepalingen van kracht zijn op basis waarvan u een vergunning nodig heeft. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Natura 2000-gebieden. Controleer of u in of bij een Natura 2000-gebied aan het werk gaat via de interactieve kaart met Natura 2000-gebieden. Er kan sprake zijn van een vergunningplicht wanneer uw activiteit effect heeft op één van deze beschermde gebieden.

Stappenplan: Heeft u een omgevingsvergunning nodig voor een flora- en fauna-activiteit?

  • Stap 1: Doe de vergunningscheck
    Gebruik de vergunningscheck in het Omgevingsloket. Hiermee ziet u of u misschien een vergunning nodig heeft.
    • Is er kans op beschermde soorten in uw plangebied?
      • Ga door naar stap 2. Begin zo snel mogelijk met het ecologisch onderzoek.
    • Geen kans op beschermde soorten?
      • U heeft geen omgevingsvergunning nodig voor flora- en fauna-activiteiten.
  • Stap 2: Laat ecologisch onderzoek doen
    Laat een ecologisch adviesbureau onderzoek doen. Zo weet u of er beschermde soorten in uw plangebied zijn en wat de gevolgen van uw activiteit zijn. Vaak wordt er eerst een quickscan gedaan om te beoordelen of er beschermde soorten kunnen voorkomen op de locatie waar u de activiteit wil uitvoeren. Zijn er mogelijk beschermde soorten aanwezig, dan wordt er aanvullend onderzoek gedaan naar deze soorten.
    • Er zijn beschermde soorten gevonden?
      • Ga door naar stap 3.
    • Geen beschermde soorten gevonden?
      • U heeft geen omgevingsvergunning nodig.
  • Stap 3: Neem ecologische maatregelen
    Bespreek met een ecoloog of u maatregelen kunt nemen om schade aan de natuur te voorkomen. Als u de werkzaamheden zo kunt uitvoeren dat u buiten de invloedsfeer van de beschermde soort blijft én de soort en zijn leefgebied in originele staat behouden blijven, dan is er geen vergunning nodig.
    • Maatregelen zijn niet voldoende?
      • U moet een omgevingsvergunning aanvragen. Ga naar stap 4.
    • Maatregelen zijn voldoende?
      • U heeft geen vergunning nodig.
  • Stap 4: Bereid uw aanvraag voor
    Het ecologisch adviesbureau kan u helpen bij het opstellen van de aanvraag. Zorg dat uw aanvraag compleet is. Gebruik hiervoor de indieningsvereisten uit artikel 7.197j tot en met 7.197s van de Omgevingsregeling. U kunt ook tijdelijk de oude richtlijn Ontheffing soortenbescherming Wnb gebruiken en voor de huismus en gierzwaluw zijn aparte handreikingen beschikbaar.
    • Uw aanvraag is compleet?
      • Ga naar stap 5.
    • Uw aanvraag is nog niet compleet?
      • Verzamel de ontbrekende informatie met hulp van een ecoloog.
  • Stap 5: Vraag de vergunning aan
    U kunt het ecologisch adviesbureau machtigen om de aanvraag in te dienen. ODH toetst uw aanvraag aan de wettelijke eisen.
    • Uw aanvraag is compleet en voldoende?
      • U ontvangt een vergunning.
    • Uw aanvraag is nog niet compleet?
      • U ontvangt een brief met het verzoek om aanvullende informatie. Ga naar stap 6.
  • Stap 6: Lever aanvullende informatie aan
    U krijgt meestal 28 dagen om de gevraagde informatie aan te leveren. Lukt dat niet? Vraag dan op tijd om verlenging.
    • U levert niets aan of te laat?
      • Uw aanvraag wordt niet verder behandeld. U moet opnieuw aanvragen (ga terug naar stap 5).
    • U levert wel aan, maar het is nog niet voldoende?
      • U krijgt mogelijk nog een keer een verzoek om informatie. Als het dan nog niet goed is, wordt uw aanvraag afgewezen.
    • U levert voldoende informatie aan?
      • U ontvangt een vergunning. Ga naar stap 7.
  • Stap 7: Voer uw activiteit uit
    Lees de voorwaarden in de vergunning goed door. U moet zich hieraan houden voor, tijdens en na de werkzaamheden. Zo voorkomt u een overtreding.

Let op: er is niet altijd een vergunning nodig voor flora- en fauna-activiteiten

U heeft niet in alle gevallen een vergunning nodig voor flora- en fauna-activiteiten. Er zijn uitzonderingen:

Op de website van de RVO vindt u meer informatie over deze gedragscodes.

Wilt u iets melden over een gedragscode?

Neem dan contact op met de Unit Groen, Bodem en Opsoring van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid via: toezichtnatuur@ozhz.nl. Vermeld in uw e-mail: melding gedragscode.

Gebiedsgerichte omgevingsvergunningen

Een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit kan worden aangevraagd voor:

  • het uitvoeren van toekomstige werkzaamheden bij ruimtelijke ontwikkelingen;
  • beheer en onderhoud op grotere schaal.

Een voorbeeld van zo’n vergunning is een Soortenmanagementplan (SMP). Een SMP is een gebiedsgerichte aanpak voor activiteiten die over een langere periode plaatsvinden. Met een SMP wordt de huidige projectgerichte aanpak vervangen. Er wordt gewerkt met grotere gebieden waarin:

  • verschillende werkzaamheden plaatsvinden;
  • beschermde soorten en hun leefgebieden aanwezig zijn;
  • deze soorten en functies behouden blijven.

Een goed SMP zorgt voor betere bescherming van soorten, juist door deze gebiedsgerichte aanpak. Voor meer informatie over een SMP kunt u kijken in de Richtlijn soortenmanagementplannen Zuid-Holland en op onze SMP-pagina.

Opvangcentra voor dieren

Dieren kunnen gewond raken of ziek worden. Ze worden dan opgevangen in speciale opvangcentra. Wilt u een opvangcentrum oprichten? Dan heeft u meestal een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig.

  • Voor de opvang van zeezoogdieren, uitheemse dieren of invasieve exoten vraagt u een vergunning aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
  • Voor de opvang van inheemse diersoorten vraagt u een vergunning aan bij de provincie, via Omgevingsdienst Haaglanden.

Wanneer krijgt u een vergunning?

U krijgt alleen een vergunning als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

Flora- en fauna-activiteiten voor jacht, beheer, schade en overlast

In Nederland zijn veel planten- en diersoorten beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming). Toch zijn er uitzonderingen. De Omgevingswet regelt bijvoorbeeld:

  • Op welke dieren mag worden gejaagd;
  • Wanneer dieren bestreden mogen worden, bijvoorbeeld bij gevaar voor de volksgezondheid, veiligheid, schade of ter bescherming van andere soorten.

De regels voor jacht, beheer en schadebestrijding verschillen per seizoen, diersoort en situatie. Voor het beheer van een aantal soorten is een faunabeheerplan opgesteld. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBE-ZH).

Wie doet de aanvraag?

Wilt u een vergunning aanvragen voor beheer of schadebestrijding? Dan moet u dit meestal doen via de Faunabeheereenheid Zuid-Holland. U levert de informatie aan bij de FBE-ZH. Zij stemmen de aanvraag met ons af en dienen deze in. Na goedkeuring ontvangt u een doorschrijving van het besluit voor de uitvoering van de activiteit.

Bestrijding van zwarte en bruine ratten

Voor het gebruik van een luchtdrukgeweer, bestrijding binnen de bebouwde kom of buiten het jachtveld is een besluit genomen. Dit besluit is verleend aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland. Onder voorwaarden kan dit besluit worden doorgeschreven aan bestrijders. Heeft u hierover vragen? Neem dan contact op met de FBE-ZH.

Bestrijding van muizen en mollen

Voor de bestrijding van de huismuis, mol, bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis kunt u zelf een aanvraag doen via het Omgevingsloket (DSO). U vraagt dan een omgevingsvergunning aan voor een flora- en fauna-activiteit. Hierbij dient u te voldoen aan de geldende indieningsvereisten.

Middelen en methoden bij schadebestrijding

Bij het bestrijden van schadeveroorzakende dieren is het belangrijk dat dit op een zorgvuldige en wettelijk toegestane manier gebeurt. De Omgevingswet stelt regels aan de middelen en methoden die u mag gebruiken. Denk hierbij aan:

  • Afschot met vuurwapens of luchtdrukgeweren (alleen onder voorwaarden);
  • Vallen en kooien (bijvoorbeeld kastvallen of klemmen);
  • Verjaging met geluid of licht;
  • Gebruik van honden (bijvoorbeeld bij het opsporen of verjagen van dieren).

Welke methode is toegestaan, hangt af van de soort, de locatie en het doel van de bestrijding. In de meeste gevallen moet het gebruik van deze middelen zijn opgenomen in een faunabeheerplan of een goedgekeurde gedragscode. Wilt u gebruikmaken van een middel of methode voor schadebestrijding? Dan heeft u mogelijk een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig. Hiervoor gelden de hierboven genoemde voorwaarden.